De Boliviaanse vicepresident Álvaro García Linera beschuldigde vandaag de internationale instellingen van ‘feodalisering’ van Haïti. Hij kondigde aan dat zijn land tijdens de Buitengewone Top van de UNASUR (Unie van Zuid Amerikaanse Landen), die dinsdag plaats vindt in Quito, voor zal stellen dat de Haïtiaanse regering voortaan zelf de ontvangst en distributie coördineert van de humanitaire hulp aan de slachtoffers van de vernietigende aardbeving van afgelopen 12 januari.
García Linera gaf aan dat deze instellingen onder het mom van hulp bieden aan de bijna twee miljoen slachtoffers van de aardbeving met een kracht van 7 op de schaal van Richter, het Caraïbisch land willen feodaliseren op grond van hun eigen belangen.
“Het grote probleem van Haïti is dat de Staat is verdwenen en dat er geen staatsstructuur is; dus iedere internationale instelling heeft haar eigen terrein, elke NGO heeft haar eigen territorium en dat is heel kwalijk voor de Haïtiaanse samenleving. Het voorstel van Bolivia wordt gesteund en aanvaard door andere regeringen, alle humanitaire hulp zou gecoördineerd moeten worden door instellingen van de Staat”, geeft hij te kennen.
Volgens García Linera vindt de Boliviaanse regering dat de internationale instellingen de Haïtiaanse staatsinstitutionaliteit ondermijnen door middel van ‘gefeodaliseerde’ humanitaire hulp. Álvaro García Linera merkte op dat de macht van de Haïtiaanse staat juist gecentraliseerd moet worden en niet versplinterd of gefeodaliseerd, zoals dat nu gebeurt sinds de internationale instellingen met hun acties begonnen.
Tijdens de forumdiscussie van UNASUR, zal er ook gedebatteerd worden over de omstreden aanwezigheid van minstens 14.000 Amerikaanse militairen met een onbepaalde hoeveelheid aan oorlogsmachinerie in Haïti. De regering van Barack Obama rechtvaardigde deze actie door te verklaren dat de militairen er zijn om mee te werken aan de heropbouw van het land. Hier worden de nodige vraagtekens bij gezet door de regeringen van Venezuela, Frankrijk, Brazilië, Uruguay, Bolivia, Nicaragua, Ecuador, Bolivia en anderen.
De Boliviaanse vicepresident gaf aan dat UNASUR zich zal keren tegen deze onnodige,
buitensporige en gevaarlijke toename van het aantal Noord Amerikaanse soldaten. “En dan heb ik het niet over artsen of professionals, maar over militairen”, lichtte hij toe.
De leiders van Colombia (Álvaro Uribe), Paraguay (Fernando Lugo), Peru (Alan garcía), Venezuela (Hugo Chávez) en Bolivia (Evo Morales) hebben hun aanwezigheid tijdens de buitengewone vergadering bevestigd. De regering van Ecuador is nog bezig voorbereidingen te treffen met de ministers van Buitenlandse Zaken van Argentinië, Brazilië, Chili, Guyana, Suriname en Uruguay, zodat hun regeringen dinsdag ook deel kunnen nemen aan de Top van UNASUR in Ecuador.
Bron: ERBOL
Tuesday, February 9, 2010
Friday, February 5, 2010
Hydro-elektrisch Project Cachuela Esperanza: Megadroom of meganachtmerrie?
Henkjan Laats[1]
Op 23 en 24 november organiseerde het Boliviaanse ministerie van Hidrocarburos y Energía (Fossiele Brandstoffen en Energie) in La Paz de internationale workshop Hidrogeneración y los proyectos en Bolivia (opwekking van hydro-elektrische energie en de Boliviaanse projecten). Op dit evenement, waarvoor ondernemers en technici uit de hidro-energetische sector waren uitgenodigd, werden de belangrijkste Boliviaanse hydro-elektrische projecten gepresenteerd, evenals ervaringen uit Uruguay, Brazilië en Venezuela. De meest aktuele presentatie was die over het project Cachuela Esperanza door een vertegenwoordiger van het Canadese bedrijf TECSULT, dat door de Boliviaanse regering werd gecontracteerd om het ontwerp van dit megaproject te realiseren.
Het hydro-elektrisch project Cachuela Esperanza maakt deel uit van het Complex Río Madera, het meest controversiele project van IIRSA (Initiatief voor de Integratie van Regionale Zuid Amerikaanse Infrastructuur). Het Complex Río Madera bestaat uit twee hydro- elektrische projecten in Brazilië (San Antonio en Jirao), een binationaal project (Ribeirao) en een project in Bolivia: Cachuela Esperanza. Inmiddels is de bouw van de projecten San Antonio en Jirao begonnen, maar hier worden vraagtekens bij gezet vanwege de schending van de economische, maatschappelijke, culturele en milieutechnische rechten van de bevolking die in de omstreken woont.
De gegevens die over Cachuela Esperanza werden gepresenteerd, geven aan dat dit project economisch gezien waarschijnlijk verliesgevend is en schadelijker voor het milieu dan de hydro-elektrische projecten Jirao en San Antonio.
Ten eerste: de stuwdam van Cachuela Esperanza zal een oppervlakte hebben van 690 m2, dat wil zeggen: drie keer groter dan elk van de twee stuwdammen in Brazilië. De hoeveelheid energie die gegenereerd wordt door Cachuela Esperanza is meer dan drie keer minder is dan de energie die opgewekt wordt in Brazilie -990 Megawatt tegenover 3300 en 3150-. Een simpele rekensom geeft aan dat, in vergelijking met de Braziliaanse stuwdammen, de invloed van Cachuela Esperanza op het gebied van uitstoot van broeikasgas tien keer zo sterk is per elke geproduceerde Megawatt. Verschillende onderzoeken tonen aan dat hydro-elektrische centrales in het Amazonegebied meer broeikasgassen produceren dan elektrische centrales die gebruik maken van gas, diesel of steenkool. Dit gegeven maakt korte metten met het fabeltje dat hydro-elektrische energie gelijk staat aan schone energie. De overvloedige, in staat van ontbinding zijnde, vegetatie als gevolg van overstroming van het gebied en de hoge temperaturen veroorzakende uitstoot van methaangas, dat twintig keer schadelijker is dan CO2.
Ten tweede: om bovenstaande redenen zullen de kosten van de door Cachuela Esperanza geproduceerde energie hoger liggen dan die van Jirao en San Antonio. Het is belangrijk te weten dat de energie die geproduceerd wordt door Cachuela Esperanza bestemd is voor de Braziliaanse markt. Daarom zal het voor Bolivia moeilijk worden de benodigde prijs van Brazilië te krijgen voor de geëxporteerde energie van de centrale Cachuela Esperanza. Een argument in het voordeel van het project was de hoop van Bolivia een waterweg te hebben naar de Atlantische Oceaan, wat de economische haalbaarheid van Cachuela Esperanza zou verbeteren. Deze mogelijkheid liep op niets uit omdat Brazilië besloot geen sluizen te bouwen als onderdeel van de hydro-elektrische projecten Jirao en San Antonio. Over het algemeen kunnen er vraagtekens gezet worden bij het soevereine karakter van het project Cachuela Esperanza; een project dat gefinanciert zal moeten worden met buitenlandse leningen, waarschijnlijk Braziliaanse; een project dat gebouwd zal worden door buitenlandse bedrijven, waarschijnlijk Braziliaanse, bijvoorbeeld Odebrecht; en een project waarvan de opgewekte energie voor het grootste deel naar Brazilië geëxporteerd zou worden. Dit zal niet opwegen tegen de negatieve effecten van Cachuela Esperanza en de schulden die uiteindelijk door de Boliviaanse bevolking betaald zullen moeten worden.
Ten derde: Cachuela Esperanza zal gebouwd worden in het departement Beni. Een groot deel van dit departement overstroomt elk jaar; in 2007 en 2008 werd deze streek getroffen door rampen, die enorme economische, maatschappelijke en milieutechnische gevolgen hadden. De bouw van de stuwdam Cachuela Esperanza verslechtert deze situatie en een groot deel van Beni zal veranderen in een onbewoonbaar gebied dat ongeschikt zal zijn voor landbouw en andere economische activiteiten.
Bij deze karakteristieken van dit hydro-electrisch project kunnen nog de effecten worden opgeteld van het totale Complex Río Madera, waarvan Cachuela Esperanza deel uitmaakt. De rivier Madera is de meest biodiverse rivier ter wereld en bovendien de rivier met de meeste sedimentatie van het Amazonegebied. In het stroomgebied van deze rivier wonen vele Indiaanse volken waarvan met sommigen nog geen contact is geweest of die vrijwillig in afzondering leven. Dit zijn karakteristieken die betekenen dat de nadelige effecten van de hydro-elektrische projecten in de rivier Madera ernstiger zullen zijn dan in welke rivier ook ter wereld.
We hopen dat de mensen die verantwoordelijk zijn voor het project Cachuela Esperanza zich er op tijd van bewust worden dat dit project mettertijd kan veranderen van een winstgevende droom in een nachtmerrie voor de Bolivianen. Tijdens de workshop in La Paz werden er gelukkig ook veel beter haalbare alternatieven naar voren gebracht, bijvoorbeeld hydro-elektrische microprojecten in gebieden die minder biodivers en minder warm zijn en dichter bij de Boliviaanse industriële centra liggen. Voorstellen die al tientallen jaren bestaan zonder te zijn uitgevoerd, maar die energie zouden kunnen leveren, die beschouwd kan worden als relatief schoon, met veel lagere kosten per Megawatt, met directe voordelen voor de Boliviaanse bevolking en die bovendien vaak andere toepassingen mogelijk maakt, zoals bijvoorbeeld irrigatie en drinkwater. Eveneens bestaan er vele andere voorstellen om op een duurzame manier energie op te wekken.
Over het algemeen stemmen de plannen voor Cachuela Esperanza ons tot nadenken over de toekomst van Bolivia. Er is de mogelijkheid dezelfde fouten te maken als het Noorden: het toepassen van een macroeconomische logica die het milieu en de lokale leefstijlen kapot maken. Een alternatief is om het voorstel van Vivir Bien (Goed Leven) serieus nemen, dat gepropageerd word door de inheemse organisaties van Bolivia en een aantal leden van de Boliviaanse regering. Dat wil zeggen: niet bijdragen aan de ontbossing, maar kiezen voor het bevorderen van de bescherming van de bossen en leefomgevingen van het Amazonegebied; niet deelnemen aan de klimaatverandering, maar ervoor kiezen om de klimaatverandering te bestrijden. Vivir Bien impliceert ook het denken aan duurzamere opties om energie op te wekken, het creëren van banen en verbetering van de productie in het voordeel van alle sectoren van de bevolking. Het is beter om een kleine, mooie droom te hebben dan een vreselijke nachtmerrie[3].
Voetnoten
[1] Henkjan Laats is directeur van de stichting Puentes entre Culturas in Bolivia en van de internationale stichting Cross Cultural Bridges die haar hoofdkantoor in Nederland heeft.
[2] Switkes, Glenn(2008). Aguas Turvas. Alertas sobre as consecuencias de barrar o mayor afluente do Amazonas. International Rivers. Sao Paolo. Lissabon, Marijane y Neves Barros, Juliana (2008) Violações de Direitos Humanos Ambientais no Complexo Madeira. Relatório de Missão realizada ao Estado de Rondônia entre os dias 15 e 19 de novembro de 2007. Plataforma DhESCA. Brasil.
[3] Met dank aan Katu Arkonada, Victor van Oeijen en Marcelo Henriquez voor hun waardevolle commentaren en correcties, en aan Cindy Begthel voor de Nederlandse vertaling
.
Gepubliceerd in het spaans in www.megaproyectos.com op 22-12-2009, en in verschillende andere mediabronnen, zoals ALAI en Bolpress
Op 23 en 24 november organiseerde het Boliviaanse ministerie van Hidrocarburos y Energía (Fossiele Brandstoffen en Energie) in La Paz de internationale workshop Hidrogeneración y los proyectos en Bolivia (opwekking van hydro-elektrische energie en de Boliviaanse projecten). Op dit evenement, waarvoor ondernemers en technici uit de hidro-energetische sector waren uitgenodigd, werden de belangrijkste Boliviaanse hydro-elektrische projecten gepresenteerd, evenals ervaringen uit Uruguay, Brazilië en Venezuela. De meest aktuele presentatie was die over het project Cachuela Esperanza door een vertegenwoordiger van het Canadese bedrijf TECSULT, dat door de Boliviaanse regering werd gecontracteerd om het ontwerp van dit megaproject te realiseren.
Het hydro-elektrisch project Cachuela Esperanza maakt deel uit van het Complex Río Madera, het meest controversiele project van IIRSA (Initiatief voor de Integratie van Regionale Zuid Amerikaanse Infrastructuur). Het Complex Río Madera bestaat uit twee hydro- elektrische projecten in Brazilië (San Antonio en Jirao), een binationaal project (Ribeirao) en een project in Bolivia: Cachuela Esperanza. Inmiddels is de bouw van de projecten San Antonio en Jirao begonnen, maar hier worden vraagtekens bij gezet vanwege de schending van de economische, maatschappelijke, culturele en milieutechnische rechten van de bevolking die in de omstreken woont.
De gegevens die over Cachuela Esperanza werden gepresenteerd, geven aan dat dit project economisch gezien waarschijnlijk verliesgevend is en schadelijker voor het milieu dan de hydro-elektrische projecten Jirao en San Antonio.
Ten eerste: de stuwdam van Cachuela Esperanza zal een oppervlakte hebben van 690 m2, dat wil zeggen: drie keer groter dan elk van de twee stuwdammen in Brazilië. De hoeveelheid energie die gegenereerd wordt door Cachuela Esperanza is meer dan drie keer minder is dan de energie die opgewekt wordt in Brazilie -990 Megawatt tegenover 3300 en 3150-. Een simpele rekensom geeft aan dat, in vergelijking met de Braziliaanse stuwdammen, de invloed van Cachuela Esperanza op het gebied van uitstoot van broeikasgas tien keer zo sterk is per elke geproduceerde Megawatt. Verschillende onderzoeken tonen aan dat hydro-elektrische centrales in het Amazonegebied meer broeikasgassen produceren dan elektrische centrales die gebruik maken van gas, diesel of steenkool. Dit gegeven maakt korte metten met het fabeltje dat hydro-elektrische energie gelijk staat aan schone energie. De overvloedige, in staat van ontbinding zijnde, vegetatie als gevolg van overstroming van het gebied en de hoge temperaturen veroorzakende uitstoot van methaangas, dat twintig keer schadelijker is dan CO2.
Ten tweede: om bovenstaande redenen zullen de kosten van de door Cachuela Esperanza geproduceerde energie hoger liggen dan die van Jirao en San Antonio. Het is belangrijk te weten dat de energie die geproduceerd wordt door Cachuela Esperanza bestemd is voor de Braziliaanse markt. Daarom zal het voor Bolivia moeilijk worden de benodigde prijs van Brazilië te krijgen voor de geëxporteerde energie van de centrale Cachuela Esperanza. Een argument in het voordeel van het project was de hoop van Bolivia een waterweg te hebben naar de Atlantische Oceaan, wat de economische haalbaarheid van Cachuela Esperanza zou verbeteren. Deze mogelijkheid liep op niets uit omdat Brazilië besloot geen sluizen te bouwen als onderdeel van de hydro-elektrische projecten Jirao en San Antonio. Over het algemeen kunnen er vraagtekens gezet worden bij het soevereine karakter van het project Cachuela Esperanza; een project dat gefinanciert zal moeten worden met buitenlandse leningen, waarschijnlijk Braziliaanse; een project dat gebouwd zal worden door buitenlandse bedrijven, waarschijnlijk Braziliaanse, bijvoorbeeld Odebrecht; en een project waarvan de opgewekte energie voor het grootste deel naar Brazilië geëxporteerd zou worden. Dit zal niet opwegen tegen de negatieve effecten van Cachuela Esperanza en de schulden die uiteindelijk door de Boliviaanse bevolking betaald zullen moeten worden.
Ten derde: Cachuela Esperanza zal gebouwd worden in het departement Beni. Een groot deel van dit departement overstroomt elk jaar; in 2007 en 2008 werd deze streek getroffen door rampen, die enorme economische, maatschappelijke en milieutechnische gevolgen hadden. De bouw van de stuwdam Cachuela Esperanza verslechtert deze situatie en een groot deel van Beni zal veranderen in een onbewoonbaar gebied dat ongeschikt zal zijn voor landbouw en andere economische activiteiten.
Bij deze karakteristieken van dit hydro-electrisch project kunnen nog de effecten worden opgeteld van het totale Complex Río Madera, waarvan Cachuela Esperanza deel uitmaakt. De rivier Madera is de meest biodiverse rivier ter wereld en bovendien de rivier met de meeste sedimentatie van het Amazonegebied. In het stroomgebied van deze rivier wonen vele Indiaanse volken waarvan met sommigen nog geen contact is geweest of die vrijwillig in afzondering leven. Dit zijn karakteristieken die betekenen dat de nadelige effecten van de hydro-elektrische projecten in de rivier Madera ernstiger zullen zijn dan in welke rivier ook ter wereld.
We hopen dat de mensen die verantwoordelijk zijn voor het project Cachuela Esperanza zich er op tijd van bewust worden dat dit project mettertijd kan veranderen van een winstgevende droom in een nachtmerrie voor de Bolivianen. Tijdens de workshop in La Paz werden er gelukkig ook veel beter haalbare alternatieven naar voren gebracht, bijvoorbeeld hydro-elektrische microprojecten in gebieden die minder biodivers en minder warm zijn en dichter bij de Boliviaanse industriële centra liggen. Voorstellen die al tientallen jaren bestaan zonder te zijn uitgevoerd, maar die energie zouden kunnen leveren, die beschouwd kan worden als relatief schoon, met veel lagere kosten per Megawatt, met directe voordelen voor de Boliviaanse bevolking en die bovendien vaak andere toepassingen mogelijk maakt, zoals bijvoorbeeld irrigatie en drinkwater. Eveneens bestaan er vele andere voorstellen om op een duurzame manier energie op te wekken.
Over het algemeen stemmen de plannen voor Cachuela Esperanza ons tot nadenken over de toekomst van Bolivia. Er is de mogelijkheid dezelfde fouten te maken als het Noorden: het toepassen van een macroeconomische logica die het milieu en de lokale leefstijlen kapot maken. Een alternatief is om het voorstel van Vivir Bien (Goed Leven) serieus nemen, dat gepropageerd word door de inheemse organisaties van Bolivia en een aantal leden van de Boliviaanse regering. Dat wil zeggen: niet bijdragen aan de ontbossing, maar kiezen voor het bevorderen van de bescherming van de bossen en leefomgevingen van het Amazonegebied; niet deelnemen aan de klimaatverandering, maar ervoor kiezen om de klimaatverandering te bestrijden. Vivir Bien impliceert ook het denken aan duurzamere opties om energie op te wekken, het creëren van banen en verbetering van de productie in het voordeel van alle sectoren van de bevolking. Het is beter om een kleine, mooie droom te hebben dan een vreselijke nachtmerrie[3].
Voetnoten
[1] Henkjan Laats is directeur van de stichting Puentes entre Culturas in Bolivia en van de internationale stichting Cross Cultural Bridges die haar hoofdkantoor in Nederland heeft.
[2] Switkes, Glenn(2008). Aguas Turvas. Alertas sobre as consecuencias de barrar o mayor afluente do Amazonas. International Rivers. Sao Paolo. Lissabon, Marijane y Neves Barros, Juliana (2008) Violações de Direitos Humanos Ambientais no Complexo Madeira. Relatório de Missão realizada ao Estado de Rondônia entre os dias 15 e 19 de novembro de 2007. Plataforma DhESCA. Brasil.
[3] Met dank aan Katu Arkonada, Victor van Oeijen en Marcelo Henriquez voor hun waardevolle commentaren en correcties, en aan Cindy Begthel voor de Nederlandse vertaling
.
Gepubliceerd in het spaans in www.megaproyectos.com op 22-12-2009, en in verschillende andere mediabronnen, zoals ALAI en Bolpress
Wednesday, February 3, 2010
Vandaag begint verkiezingscampagne voor de verkiezingen van 4 april
De verkiezingscampagne voor partijen en burgergroeperingen, met het oog op de verkiezingen voor departementen en gemeenten van 4 april, is vandaag (1 februari) in het hele land officieel begonnen.
Overeenkomstig het tijdschema van het Órgano Electoral Plurinacional (Nationale Verkiezingsorgaan), eindigt de propaganda van de politieke partijen op donderdag 1 april. De partijen strijden om de 337 burgemeestersambten en de negen regeringen van het Zuid Amerikaanse land. Hun werkdagen staan momenteel in het teken van de promotie van de kandidaten, verspreiding en uitleg van de regeringsprogramma’s, maar er wordt ook aandacht besteed aan de kleuren, symbolen en afkortingen van de partijen die niet door de massamedia in beeld worden gebracht.
De verkiezingspropaganda bevat naast aankondigingen in kranten ook televisie- en radioboodschappen die oproepen tot het stemmen op een kandidaat, een politieke partij, een burgergroepering of op een inheems volk of verbond. Daarnaast wordt er gewerkt aan de promotie van het imago, de staat van dienst en de daden van een kandidaat of een politieke organisatie.
De nu geldende Gedragscode voor Verkiezingen schrijft voor dat de politieke propaganda slechts zestig dagen voor de sluiting van de verkiezingscampagne mag beginnen en dat deze 48 uur voor de stemming dient op te houden. De voorzitter van het Nationale Verkiezingsorgaan, Antonio Costas, verduidelijkt dat een aantal zaken tijdens de politieke propaganda van partijen verboden zijn: het gebruik van overheidsgeld, nationale symbolen, beelden van jongeren en kinderen, het uitreiken van politieke stukken. Costas zei ook dat de kandidaten niet moeten vervallen in beledigingen.
Tijdens de verkiezingen voor gemeenten en departementsregeringen van zondag 4 april zullen er -ministers en waarnemers bij elkaar opgeteld- in het hele land 4,620 miljoen nieuwe autoriteiten worden gekozen.
Bron: ERBOL
Overeenkomstig het tijdschema van het Órgano Electoral Plurinacional (Nationale Verkiezingsorgaan), eindigt de propaganda van de politieke partijen op donderdag 1 april. De partijen strijden om de 337 burgemeestersambten en de negen regeringen van het Zuid Amerikaanse land. Hun werkdagen staan momenteel in het teken van de promotie van de kandidaten, verspreiding en uitleg van de regeringsprogramma’s, maar er wordt ook aandacht besteed aan de kleuren, symbolen en afkortingen van de partijen die niet door de massamedia in beeld worden gebracht.
De verkiezingspropaganda bevat naast aankondigingen in kranten ook televisie- en radioboodschappen die oproepen tot het stemmen op een kandidaat, een politieke partij, een burgergroepering of op een inheems volk of verbond. Daarnaast wordt er gewerkt aan de promotie van het imago, de staat van dienst en de daden van een kandidaat of een politieke organisatie.
De nu geldende Gedragscode voor Verkiezingen schrijft voor dat de politieke propaganda slechts zestig dagen voor de sluiting van de verkiezingscampagne mag beginnen en dat deze 48 uur voor de stemming dient op te houden. De voorzitter van het Nationale Verkiezingsorgaan, Antonio Costas, verduidelijkt dat een aantal zaken tijdens de politieke propaganda van partijen verboden zijn: het gebruik van overheidsgeld, nationale symbolen, beelden van jongeren en kinderen, het uitreiken van politieke stukken. Costas zei ook dat de kandidaten niet moeten vervallen in beledigingen.
Tijdens de verkiezingen voor gemeenten en departementsregeringen van zondag 4 april zullen er -ministers en waarnemers bij elkaar opgeteld- in het hele land 4,620 miljoen nieuwe autoriteiten worden gekozen.
Bron: ERBOL
Monday, January 25, 2010
Evo Morales verzoekt VN noodbijeenkomst te beleggen over Amerikaanse bezetting Haïti
Morales is tegen militaire interventie en is van mening dat het geld dat de regering van de VS nu uitgeeft aan het sturen van troepen, beter gebruikt zou kunnen worden om de getroffenen te helpen.
De president van Bolivia, Evo Morales zal de VN vragen een noodbijeenkomst te beleggen om de Amerikaanse militaire bezetting in Haïti af te wijzen. Deze bezetting vond plaats na de aardbeving van 7,3 op de schaal van richter. Morales zei te hopen op “verzet van het volk en maatschappelijke organisaties over de hele wereld om dit machtsvertoon te verwerpen”. “Via de kanselier vragen we de VN om een noodbijeenkomst uit te roepen om deze militaire bezetting af te keuren en af te slaan”, verkondigde de Boliviaanse leider vanuit het Quemado paleis, waar de regering zetelt.
Eveneens zei hij te hopen op een “verzet van de wereldbevolking en maatschappelijke organisaties tegen deze militaire interventie en bezetting in Haïti”. Morales veroordeelde de acties van de VS en zei: “Het is ondenkbaar dat de VS deze vreselijke natuurramp gebruikt om Haïti binnen te komen en te bezetten (….) het vertoon van de Amerikaanse gewapende strijdkrachten op het Caribisch eiland naar aanleiding van deze aardbeving is opportunistisch, wreed en onmenselijk”. De machthebber vroeg zich af “hoeveel geld, hoeveel voedsel en hoeveel water bestemd zal worden voor de bevoorrading van de 12.000 soldaten die de VS naar Haïti heeft gezonden. Dat geld zouden ze uit moeten geven aan de getroffenen”, oordeelde hij.
President Morales wees erop dat het militaire vertoon door de regering van Barack Obama een ‘militaire interventie’ is. Sinds het moment van de aardbeving zijn er ongeveer 11.000 soldaten en 2.200 mariniers Haiti binnengekomen. Allen zwaar bepakt om de humanitaire hulp te bieden die de duizenden slachtoffers van deze krachtige aardbeving hard nodig hebben. Vanwege de hoge druk en de wanhoop van de bevolking in verband met het tekort aan voedsel en drinkwater, zei de Haïtiaanse president René Préval dat de Amerikaanse soldaten de stabilisatiemissie van de VN in Haïti (MINUSTAH) ondersteunen door de orde in de straten te handhaven. Volgens de regering van Barack Obama (Nobelprijswinnaar voor de Vrede) is de uitgebreide aanwezigheid van Amerikaanse soldaten in de verwoeste natie vermoedelijk het gevolg van de oproep van Préval aan de VS, de VN en de internationale partners om de veiligheid in het land te verhogen.
In de nacht van afgelopen dinsdag, verwoestte een aardbeving met een kracht van 7,3 op de schaal van richter de Caribische natie. Volgens schattingen van het Internationale Rode Kruis zijn ca. 90.000 mensen omgekomen als gevolg van deze natuurramp. De VN schat dat 50% van de Haïtiaanse hoofdstad Porto Prince volledig is verwoest.
Bron: Telesur
De president van Bolivia, Evo Morales zal de VN vragen een noodbijeenkomst te beleggen om de Amerikaanse militaire bezetting in Haïti af te wijzen. Deze bezetting vond plaats na de aardbeving van 7,3 op de schaal van richter. Morales zei te hopen op “verzet van het volk en maatschappelijke organisaties over de hele wereld om dit machtsvertoon te verwerpen”. “Via de kanselier vragen we de VN om een noodbijeenkomst uit te roepen om deze militaire bezetting af te keuren en af te slaan”, verkondigde de Boliviaanse leider vanuit het Quemado paleis, waar de regering zetelt.
Eveneens zei hij te hopen op een “verzet van de wereldbevolking en maatschappelijke organisaties tegen deze militaire interventie en bezetting in Haïti”. Morales veroordeelde de acties van de VS en zei: “Het is ondenkbaar dat de VS deze vreselijke natuurramp gebruikt om Haïti binnen te komen en te bezetten (….) het vertoon van de Amerikaanse gewapende strijdkrachten op het Caribisch eiland naar aanleiding van deze aardbeving is opportunistisch, wreed en onmenselijk”. De machthebber vroeg zich af “hoeveel geld, hoeveel voedsel en hoeveel water bestemd zal worden voor de bevoorrading van de 12.000 soldaten die de VS naar Haïti heeft gezonden. Dat geld zouden ze uit moeten geven aan de getroffenen”, oordeelde hij.
President Morales wees erop dat het militaire vertoon door de regering van Barack Obama een ‘militaire interventie’ is. Sinds het moment van de aardbeving zijn er ongeveer 11.000 soldaten en 2.200 mariniers Haiti binnengekomen. Allen zwaar bepakt om de humanitaire hulp te bieden die de duizenden slachtoffers van deze krachtige aardbeving hard nodig hebben. Vanwege de hoge druk en de wanhoop van de bevolking in verband met het tekort aan voedsel en drinkwater, zei de Haïtiaanse president René Préval dat de Amerikaanse soldaten de stabilisatiemissie van de VN in Haïti (MINUSTAH) ondersteunen door de orde in de straten te handhaven. Volgens de regering van Barack Obama (Nobelprijswinnaar voor de Vrede) is de uitgebreide aanwezigheid van Amerikaanse soldaten in de verwoeste natie vermoedelijk het gevolg van de oproep van Préval aan de VS, de VN en de internationale partners om de veiligheid in het land te verhogen.
In de nacht van afgelopen dinsdag, verwoestte een aardbeving met een kracht van 7,3 op de schaal van richter de Caribische natie. Volgens schattingen van het Internationale Rode Kruis zijn ca. 90.000 mensen omgekomen als gevolg van deze natuurramp. De VN schat dat 50% van de Haïtiaanse hoofdstad Porto Prince volledig is verwoest.
Bron: Telesur
Saturday, January 23, 2010
Mosetenes (inheems volk in de Boliviaanse zone) verzoeken Evo Morales te debateren over oliewinning in Amazonegebied.
Alleen in verhalen is het nog zo dat het Amazonegebied als de bescherming van de ‘long van onze Aarde’ naar voren komt. Al jaren geleden veranderde dit gebied echter in de laatst te nemen hindernis richting exploitatie: de mythe van El Dorado werd opnieuw gevormd door vergunningen voor houtkap, mijnbouw, koolwaterstofwinning en landbouwactiviteiten. In Peru en Ecuador riepen dit soort acties veel weerstand op onder de lokale bevolking die dit tot uiting brachten in massale opstanden. In Bolivia gaat het nu dezelfde kant op en klinken daar ook de alarmbellen.
“We willen ons leven behouden, we willen een schone omgeving, vrij van vervuiling”, zegt Daniel Gigasi, katholiek pastoor en hoofd van de mosetenesgemeenschap Simay. “Laten we bij elkaar gaan zitten om te bespreken wat we gaan doen om de schade te compenseren die op een buitensporige en bruuske manier het land verwoest. Pas in de laatste plaats wordt aan het leven van de mensen gedacht”, klaagt hij. De exploratie rukt op via de traditionele grondgebieden van de mosetenes en andere volken als de lecos en de chimanes.
Een groot gebied van Oost Bolivia, dat dwars door de departementen van La Paz, Beni en Cochabamba loopt, is toegekend aan het bedrijf Petroandina, gevormd door de staatsbedrijven Petroleos de Venezuela en Yacimientos Petrolíferos Fiscales de Bolivia. Inheemse organisaties wijzen erop dat de exploratie in gang werd gezet zonder voorafgaand overleg en dus zonder hun goedkeuring. Ondertussen sluit het Boliviaans Forum over Milieu en Ontwikkeling(Fobomade) zich aan bij de kritieken en brengt andere ontwikkelingsvormen naar voren die wel in overeenstemming zijn met het behoud van het Amazonegebied en stelt bovendien voor de ruwe olie in de grond te laten. “Er is bezorgdheid omtrent de werkzaamheden van de oliebedrijven in het etnisch grondgebied van de mosetenes, waar we lijden onder onrechtmatigheden die in strijd zijn met het Decreet 29.033 (dat verplicht tot een overlegtraject en deelname van de inheemse bevolking voorafgaand aan de goedkeuring van een olieproject)”, aldus Gigasi. “Zelfs de nieuwe Grondwet eist respect van de regering ten opzichte van de etnische bevolkingsgroepen, maar het blijft alleen bij theorie”, voegt hij eraan toe.
Vocatie
“Het deel van het Amazonegebied dat tot Bolivia behoort is verbonden met het Andesgebergte en is de oorsprong van de belangrijkste rivieren die naar de Amazonerivier voeren”, verklaart Patricia Molina van Fobomade. “Daarom is het een zeer kwetsbaar gebied met een diversiteit die weinig bekend is. We hebben hier te maken met afzonderlijke ecosystemen van droge en zeer vochtige delen. Het hellingspercentage is hoog, dus binnen een zeer klein gebied gaat dat vocht abrupt omlaag”, verduidelijkt ze. “De bedoeling is dat er in dit gebied onderzoek wordt gedaan naar de aanwezigheid van vloeibare ruwe olie, omdat dit land een belangrijke gasproducent is, maar in dit geval is het een zoektocht naar vloeistof”.
“Er bestaan al sinds geruime tijd exploratieprojecten van Repsol en van Petrobras, die op de een of andere manier zijn stilgelegd omdat de bevolking daar van toerisme (etnisch ecotoerisme), koffie en cacao leeft. Niemand wil iets weten van olie-exploratie, maar er is ook niemand die er voldoende over weet, dus zijn bedrijven en regering bezig om de mensen ervan te overtuigen dat het slechts om onderzoek gaat. Eerst gaan we kijken of er olie zit, maar we weten dat het onderzoek net zo schadelijk kan zijn als de exploitatie zelf”, onderstreept ze. “Tijdens de Gasoorlog in 2003 waren er een aantal eisen omtrent koolwaterstofwinning, waaronder het plaatsen van planten om vloeistof en gas te scheiden. Tegenwoordig wordt al het gas inclusief vloeistof naar Brazilië en Argentinië geëxporteerd en dat wordt niet berekend”, zegt Molina. “In het geval van Argentinië is hier voor het nieuwe contract wel over gesproken, maar we doen nu de vloeistof in het gas cadeau en subsidiëren daarmee de transnationale bedrijven die in Brazilië opereren. We moeten zelfs diesel en benzine importeren door een tekort aan vloeistof”, vervolgt ze. “In plaats van het onderzoeken van nieuwe gebieden waarvan men niet weet of er wel of geen olie zit, kunnen ze beter op zeker spelen door de vloeistof te scheiden in de gebieden waar echt olie zit en ophouden met onze middelen cadeau te doen aan transnationale bedrijven”, benadrukt ze. ”Tijdens de regering van dictator Hugo Banzer in 1978 werd er onderzoek verricht waaruit bleek dat er geen olie was. Toch wil de regering van Evo Morales nu opnieuw onderzoek doen”, merkt Gigasi op. “Er wordt geprofiteerd van de nationalisatie van koolwaterstoffen en onder de bevolking is er bewustwording van het herstel van olieinkomsten. Maar, van de staat of niet, het land mag zich niet openstellen voor olie-exploratie in het hele grondgebied. Er zullen delen zijn die andere vocaties hebben, die op geen enkele manier verenigd mogen worden met olieactiviteiten”, onderstreept Molina.
Over de kritiek op het onderzoek naar ruwe olie in het Boliviaans Amazonegebied, zeggen regeringsfunctionarissen dat het gaat om een campagne die geleid wordt door een NGO die zich verzet tegen de ontwikkeling van het gebied. “Dat alles hebben we tegengesproken, natuurlijk zijn we voorstanders van de ontwikkeling van deze regio, maar niet op een onrechtmatige en misleidende manier zoals de regering nu handelt”, beklemtoont Gigasi. “We denken dat onze president niet voldoende is geïnformeerd en niet echt weet wat er gaande is”, voegt Molina toe.
Vooroverleg
De traditionele grondgebieden van de mosetenes hebben een oppervlakte van ongeveer 100.000 hectare. “Dezelfde exploratielijnen die deze gronden passeren, lopen door de traditionele grondgebieden van de chimanes en de lecos. Die gebieden zijn aangetast vanaf het noordelijke departement La Paz tot het zuiden; het gebied waar de provincie Ayopaya deel van uitmaakt in het departement Cochabamba en dan nog de provincie Ballivián van het departement Beni”, verklaart Gigasi. “De regering is er overhaast aan begonnen, de overeenkomsten die aansluiten op wetten en verdragen worden niet nageleefd, zelfs niet die van de Internationale Arbeidsorganisatie”, stelt de mosetenes leider. “In 2005, voor de regeringswisseling, werd er hard gewerkt aan een nieuwe Wet voor Koolwaterstof. In die nieuwe wetgeving leidde de strijd van milieuactivisten en inheemse groepen tot een serie artikelen om de inheemse grondgebieden en beschermde gebieden te beschermen. Die artikelen verbieden elke vorm van activiteit in deze gebieden en bepalen dat overleg met de inheemse bevolking bindend is”, beschrijft Molina. “Dat was op dat moment het hoogst haalbare en daarna, tijdens de regering van Evo morales, werd er een reglement bekrachtigd dat voorschreef hoe dat overleg moest zijn. Maar, waarom overleggen? Zelfs het doorgeven van een video kan overleg zijn”, zegt ze ironisch. “Die reglementen bepaalden de mate van betrokkenheid en het respecteren van de rangordes binnen de eigen organisaties; en dat is nu precies wat niet werd nageleefd. In plaats daarvan ging men gelijk op bezoek bij de gemeenschappen om ze een reeks beloftes te doen; dat ze een stadion gingen bouwen, dat ze bepaalde zaken gingen uitdelen, dat ze met zus en zo project zouden beginnen, om zo hun goedkeuring te verkrijgen. In sommige gevallen, als daarmee geen steun werd verkregen, lieten ze kinderen de papieren ondertekenen zodat het leek alsof er wel degelijk overleg was geweest”, verklaart de milieuactiviste. "Er is op een abnormale manier gehandeld en we zien weer dezelfde methodes die daarvoor door andere bedrijven ook al werden gehanteerd. Uiteraard zijn het ook weer dezelfde mensen die worden ingezet, die adviezen geven, die de zaken bestuderen”, beklemtoont Molina.
Een Amazonegebied zonder olie
“Een Amazonegebied zonder olie betekent in feite dat oliemaatschapijen zich niet mogen mengen in activiteiten die al in uitvoering zijn. Activiteiten die het tot een economisch goed gevarieerd gebied maken en daardoor veel duurzamer zijn”, resumeert Molina. “Het plan is gericht op het praten over de ontwikkeling die de regio wil, zonder vervuiling en oliewinning kunnen er andere onderhandelingen gevoerd worden om de biodiversiteit te beschermen”, licht ze toe. “Het plan uitbreiden met een bepaling die ervoor zorgt dat de ruwe olie in de grond moet blijven, lijkt ons fantastisch”.
Het plan van Fobomade werd niet alleen afgewezen door de eerste machthebber, maar deze verklaarde bovendien dat het een strategie was om zijn beleid te dwarsbomen. Maar, kort daarvoor had Evo Morales de dapperheid van de Ecuadoriaanse president Rafael Correa geprezen omdat deze aan de hele wereld kenbaar maakte de ruwe olie in de grond te houden in het Nationaal Park Yasuní. Dit plan, ontstaan uit de sociale bewegingen en officieel gemaakt door Correa, heeft de Boliviaanse milieuactivisten in hoge mate geïnspireerd. “Helaas reageerde president Evo Morales negatief op de campagne ‘Een Amazonegebied zonder olie’, maar we beschouwen dit als een gebrek aan informatie en de visie van de technici van het Ministerie van Koolwaterstof. Zij denken alleen maar aan export, export en nog eens export en dat alle distributiemiddelen uit de verkoop van olie komen”, bevestigt Molina. “Wij denken dat er sprake is van een informatietekort”, herhaalt Molina. “We hebben de president om een debat gevraagd, om te kijken naar de visies en het soort ontwikkeling dat de mensen uit de regio willen, wat we nodig hebben in dit land. Het voeren van een intern maar publiek debat over een essentieel thema als ontwikkeling, is de kern van de zaak”, beschrijft ze.
De uitdaging is nu aan de orde gesteld bij de regering van Evo Morales, het veranderingsproces dat dit belichaamt, vraagt ook om nieuwe voorstellen voor oude paradigmas. Het antwoord staat nog open.
Bron: Erbol/Rebelión
“We willen ons leven behouden, we willen een schone omgeving, vrij van vervuiling”, zegt Daniel Gigasi, katholiek pastoor en hoofd van de mosetenesgemeenschap Simay. “Laten we bij elkaar gaan zitten om te bespreken wat we gaan doen om de schade te compenseren die op een buitensporige en bruuske manier het land verwoest. Pas in de laatste plaats wordt aan het leven van de mensen gedacht”, klaagt hij. De exploratie rukt op via de traditionele grondgebieden van de mosetenes en andere volken als de lecos en de chimanes.
Een groot gebied van Oost Bolivia, dat dwars door de departementen van La Paz, Beni en Cochabamba loopt, is toegekend aan het bedrijf Petroandina, gevormd door de staatsbedrijven Petroleos de Venezuela en Yacimientos Petrolíferos Fiscales de Bolivia. Inheemse organisaties wijzen erop dat de exploratie in gang werd gezet zonder voorafgaand overleg en dus zonder hun goedkeuring. Ondertussen sluit het Boliviaans Forum over Milieu en Ontwikkeling(Fobomade) zich aan bij de kritieken en brengt andere ontwikkelingsvormen naar voren die wel in overeenstemming zijn met het behoud van het Amazonegebied en stelt bovendien voor de ruwe olie in de grond te laten. “Er is bezorgdheid omtrent de werkzaamheden van de oliebedrijven in het etnisch grondgebied van de mosetenes, waar we lijden onder onrechtmatigheden die in strijd zijn met het Decreet 29.033 (dat verplicht tot een overlegtraject en deelname van de inheemse bevolking voorafgaand aan de goedkeuring van een olieproject)”, aldus Gigasi. “Zelfs de nieuwe Grondwet eist respect van de regering ten opzichte van de etnische bevolkingsgroepen, maar het blijft alleen bij theorie”, voegt hij eraan toe.
Vocatie
“Het deel van het Amazonegebied dat tot Bolivia behoort is verbonden met het Andesgebergte en is de oorsprong van de belangrijkste rivieren die naar de Amazonerivier voeren”, verklaart Patricia Molina van Fobomade. “Daarom is het een zeer kwetsbaar gebied met een diversiteit die weinig bekend is. We hebben hier te maken met afzonderlijke ecosystemen van droge en zeer vochtige delen. Het hellingspercentage is hoog, dus binnen een zeer klein gebied gaat dat vocht abrupt omlaag”, verduidelijkt ze. “De bedoeling is dat er in dit gebied onderzoek wordt gedaan naar de aanwezigheid van vloeibare ruwe olie, omdat dit land een belangrijke gasproducent is, maar in dit geval is het een zoektocht naar vloeistof”.
“Er bestaan al sinds geruime tijd exploratieprojecten van Repsol en van Petrobras, die op de een of andere manier zijn stilgelegd omdat de bevolking daar van toerisme (etnisch ecotoerisme), koffie en cacao leeft. Niemand wil iets weten van olie-exploratie, maar er is ook niemand die er voldoende over weet, dus zijn bedrijven en regering bezig om de mensen ervan te overtuigen dat het slechts om onderzoek gaat. Eerst gaan we kijken of er olie zit, maar we weten dat het onderzoek net zo schadelijk kan zijn als de exploitatie zelf”, onderstreept ze. “Tijdens de Gasoorlog in 2003 waren er een aantal eisen omtrent koolwaterstofwinning, waaronder het plaatsen van planten om vloeistof en gas te scheiden. Tegenwoordig wordt al het gas inclusief vloeistof naar Brazilië en Argentinië geëxporteerd en dat wordt niet berekend”, zegt Molina. “In het geval van Argentinië is hier voor het nieuwe contract wel over gesproken, maar we doen nu de vloeistof in het gas cadeau en subsidiëren daarmee de transnationale bedrijven die in Brazilië opereren. We moeten zelfs diesel en benzine importeren door een tekort aan vloeistof”, vervolgt ze. “In plaats van het onderzoeken van nieuwe gebieden waarvan men niet weet of er wel of geen olie zit, kunnen ze beter op zeker spelen door de vloeistof te scheiden in de gebieden waar echt olie zit en ophouden met onze middelen cadeau te doen aan transnationale bedrijven”, benadrukt ze. ”Tijdens de regering van dictator Hugo Banzer in 1978 werd er onderzoek verricht waaruit bleek dat er geen olie was. Toch wil de regering van Evo Morales nu opnieuw onderzoek doen”, merkt Gigasi op. “Er wordt geprofiteerd van de nationalisatie van koolwaterstoffen en onder de bevolking is er bewustwording van het herstel van olieinkomsten. Maar, van de staat of niet, het land mag zich niet openstellen voor olie-exploratie in het hele grondgebied. Er zullen delen zijn die andere vocaties hebben, die op geen enkele manier verenigd mogen worden met olieactiviteiten”, onderstreept Molina.
Over de kritiek op het onderzoek naar ruwe olie in het Boliviaans Amazonegebied, zeggen regeringsfunctionarissen dat het gaat om een campagne die geleid wordt door een NGO die zich verzet tegen de ontwikkeling van het gebied. “Dat alles hebben we tegengesproken, natuurlijk zijn we voorstanders van de ontwikkeling van deze regio, maar niet op een onrechtmatige en misleidende manier zoals de regering nu handelt”, beklemtoont Gigasi. “We denken dat onze president niet voldoende is geïnformeerd en niet echt weet wat er gaande is”, voegt Molina toe.
Vooroverleg
De traditionele grondgebieden van de mosetenes hebben een oppervlakte van ongeveer 100.000 hectare. “Dezelfde exploratielijnen die deze gronden passeren, lopen door de traditionele grondgebieden van de chimanes en de lecos. Die gebieden zijn aangetast vanaf het noordelijke departement La Paz tot het zuiden; het gebied waar de provincie Ayopaya deel van uitmaakt in het departement Cochabamba en dan nog de provincie Ballivián van het departement Beni”, verklaart Gigasi. “De regering is er overhaast aan begonnen, de overeenkomsten die aansluiten op wetten en verdragen worden niet nageleefd, zelfs niet die van de Internationale Arbeidsorganisatie”, stelt de mosetenes leider. “In 2005, voor de regeringswisseling, werd er hard gewerkt aan een nieuwe Wet voor Koolwaterstof. In die nieuwe wetgeving leidde de strijd van milieuactivisten en inheemse groepen tot een serie artikelen om de inheemse grondgebieden en beschermde gebieden te beschermen. Die artikelen verbieden elke vorm van activiteit in deze gebieden en bepalen dat overleg met de inheemse bevolking bindend is”, beschrijft Molina. “Dat was op dat moment het hoogst haalbare en daarna, tijdens de regering van Evo morales, werd er een reglement bekrachtigd dat voorschreef hoe dat overleg moest zijn. Maar, waarom overleggen? Zelfs het doorgeven van een video kan overleg zijn”, zegt ze ironisch. “Die reglementen bepaalden de mate van betrokkenheid en het respecteren van de rangordes binnen de eigen organisaties; en dat is nu precies wat niet werd nageleefd. In plaats daarvan ging men gelijk op bezoek bij de gemeenschappen om ze een reeks beloftes te doen; dat ze een stadion gingen bouwen, dat ze bepaalde zaken gingen uitdelen, dat ze met zus en zo project zouden beginnen, om zo hun goedkeuring te verkrijgen. In sommige gevallen, als daarmee geen steun werd verkregen, lieten ze kinderen de papieren ondertekenen zodat het leek alsof er wel degelijk overleg was geweest”, verklaart de milieuactiviste. "Er is op een abnormale manier gehandeld en we zien weer dezelfde methodes die daarvoor door andere bedrijven ook al werden gehanteerd. Uiteraard zijn het ook weer dezelfde mensen die worden ingezet, die adviezen geven, die de zaken bestuderen”, beklemtoont Molina.
Een Amazonegebied zonder olie
“Een Amazonegebied zonder olie betekent in feite dat oliemaatschapijen zich niet mogen mengen in activiteiten die al in uitvoering zijn. Activiteiten die het tot een economisch goed gevarieerd gebied maken en daardoor veel duurzamer zijn”, resumeert Molina. “Het plan is gericht op het praten over de ontwikkeling die de regio wil, zonder vervuiling en oliewinning kunnen er andere onderhandelingen gevoerd worden om de biodiversiteit te beschermen”, licht ze toe. “Het plan uitbreiden met een bepaling die ervoor zorgt dat de ruwe olie in de grond moet blijven, lijkt ons fantastisch”.
Het plan van Fobomade werd niet alleen afgewezen door de eerste machthebber, maar deze verklaarde bovendien dat het een strategie was om zijn beleid te dwarsbomen. Maar, kort daarvoor had Evo Morales de dapperheid van de Ecuadoriaanse president Rafael Correa geprezen omdat deze aan de hele wereld kenbaar maakte de ruwe olie in de grond te houden in het Nationaal Park Yasuní. Dit plan, ontstaan uit de sociale bewegingen en officieel gemaakt door Correa, heeft de Boliviaanse milieuactivisten in hoge mate geïnspireerd. “Helaas reageerde president Evo Morales negatief op de campagne ‘Een Amazonegebied zonder olie’, maar we beschouwen dit als een gebrek aan informatie en de visie van de technici van het Ministerie van Koolwaterstof. Zij denken alleen maar aan export, export en nog eens export en dat alle distributiemiddelen uit de verkoop van olie komen”, bevestigt Molina. “Wij denken dat er sprake is van een informatietekort”, herhaalt Molina. “We hebben de president om een debat gevraagd, om te kijken naar de visies en het soort ontwikkeling dat de mensen uit de regio willen, wat we nodig hebben in dit land. Het voeren van een intern maar publiek debat over een essentieel thema als ontwikkeling, is de kern van de zaak”, beschrijft ze.
De uitdaging is nu aan de orde gesteld bij de regering van Evo Morales, het veranderingsproces dat dit belichaamt, vraagt ook om nieuwe voorstellen voor oude paradigmas. Het antwoord staat nog open.
Bron: Erbol/Rebelión
Subscribe to:
Posts (Atom)