Verscheidene sociale bewegingen in Latijns-Amerika zijn bezorgd over de opkomst van het neoliberale ontwikkelingsmodel in “progressieve” ALBA-landen. De pressie en de “overdreven” eisen van indianen en “radicale” en “ongeduldige” linksgeoriënteerden zouden de regeringen van Ecuador en Bolivia kunnen ontwrichten en zelfs golven van rechts geweld kunnen veroorzaken, zoals reeds is gebeurd in Honduras, zo waarschuwen de presidenten Evo Morales en Rafael Correa.
De Latijns-Amerikaanse sociale bewegingen gaan voorop in de wereldwijde strijd voor de bevrijding van de inheemse volken, niet alleen vanwege hun organisatorische vermogen maar vooral vanwege hun sterk gewortelde antikapitalistisch politiek bewustzijn. “Om die reden doen rechts en de autoriteiten een tegenaanval om progressieve regeringen in de regio omver te werpen”, zegt president Morales.
De Latijns-Amerikaanse volksbeweging markeerde afgelopen jaren op straat de toekomstige politiek en economie van vele landen in de regio; nu maakt zij zich sterk voor de gemeenschapseconomie, voor een socialisme waaraan burgers deelnemen en voor zelfbeschikking van de inheemse volken om het hoofd te bieden aan de “kapitalistische burgercrisis”, tijdens de eerste Top van Sociale Bewegingsraden van de ALBA en het Handelsverdrag van de Volken (TCP) die gehouden wordt in Cochabamaba.
Van anarchisten en extreemrechtse groeperingen tot sociaaldemocratische ngo’s die een “humaan” kapitalisme nastreven: allen steunen de ALBA omdat diens principes van solidariteit, samenwerking, diversiteit, gelijkheid, wederkerigheid en het elkaar aanvullen de spil zijn van een nieuw economisch systeem.
“De ALBA steunt het streven van de Latijns-Amerikaanse en Caraïbische vrouwen om een geïntegreerde maatschappij op te richten vanuit het perspectief dat iedereen meetelt, een maatschappij die de bonte diversiteit van de volken erkent en tot ontwikkeling brengt, en waarbij onrechtvaardigheid en ongelijkheid worden overwonnen. Dit staat in een manifest van een aantal Latijn-Amerikaanse vrouwenorganisaties.
“Wij waarderen het vermogen van de ALBA om een Latijns-Amerikaans project op te starten dat gebaseerd is op belangrijke veranderingen: het socialisme van de 21e eeuw, het voorbeeld van Buen Vivir – Vivir Bien (het Goede Leven – Goed Leven), de verdediging van de onafhankelijkheid, soevereiniteit, zelfbeschikking en identiteit van landen die deel uitmaken van de ALBA en de behartiging van de belangen en de aspiraties van de volken van het Zuiden bij hun strijd tegen de pogingen tot politieke en economische overheersing”, staat te lezen in het Manifest van de vrouwen gericht aan de presidentiële top van de ALBA.
De vrouwen van de regio benadrukken dat voor een versterking van de ALBA “fundamentele veranderingen in het denken, vormgeven, besluiten nemen en verwezenlijken van beleid nodig zijn. Het gaat om het opzetten van een nieuw sociaal voorbeeld dat verder gaat dan het herscheppen van het bestaande voorbeeld. Dit is een uitdaging waarbij alle intelligentie, begrip en vermogen tot dialoog tussen de regeringen van de ALBA-landen en sociale bewegingen op vloeiende en standvastige wijze verenigd moeten worden”.
In dit licht houden de sociale bewegingen van Latijns-Amerikaanse vrouwen “met zorg de opkomst in de gaten van een groeimodel dat gericht is op megaprojecten”, een groeimodel waarmee de volken niet hebben ingestemd en dat inbreuk maakt op hun rechten.
De Latijns-Amerikaanse activisten wijzen op de gigantische infrastructurele projecten zoals de IIRSA waar landen in heel Latijns-Amerika, inclusief de bij de ALBA aangesloten landen, mee worden geconfronteerd. Deze projecten versterken de geïsoleerde economieën die gekenmerkt worden door uitbuiting en roof.
“Deze projecten hebben een enorm impact op de vrouwen, vooral op inheemse vrouwen, brengen hun zelfbeschikking over het voedsel in hun woongebieden in gevaar, en veranderen de geografie, het ecosysteem en het traditionele voedingspatroon. Sommige van deze projecten kunnen leiden tot het leegroven van hulpbronnen in het Amazonegebied en in de tropische bossen van Midden-Amerika”, zegt het manifest dat ondertekend is door REMTE en de CLOC-Vía Campesina.
De laatste weken kwamen in Ecuador massale indianenprotesten op gang tegen het mijnbouwbeleid van Correa en in Bolivia bekritiseerden diverse ngo’s Morales vanwege het stimuleren van olie-exploitatie in inheemse gebieden zonder met de getroffenen te praten.
In alle gevallen bekritiseerden de volksbewegingen hun regeringen vanwege hun beleid dat gericht is op de ontwikkeling van neoliberaal kapitalisme en eisten van hen dat zij zich op ondubbelzinnige wijze opnieuw richten op ontwikkeling die in overeenstemming is met het voorstel van Buen Vivir – Vivir Bien waar ALBA voorvechter van is.
Evo en Correa verdedigen zich
Correa bekritiseerde het “ongeduld” van de indianen in zijn land, het “radicalisme” van linkse pressiegroepen en de houding van sommige ngo’s “die naar onze landen komen om de inheemse volken te indoctrineren”.
Volgens Evo Morales verbieden sommige Europese ngo’s hem om natuurlijke hulpbronnen te exploiteren ten behoeve van het volk en voert aan dat “het niet zo kan zijn dan sommige broeders de speelbal zijn van het imperialisme”, waarmee hij zinspeelt op sociaal-ecologische bewegingen en indianenorganistaties.
Correa benadrukte dat het zeer moeilijk is om gedurende tweeëneenhalf jaar regeren structurele problemen op te lossen; Morales bevestigde op zijn beurt dat het “onmogelijk is om in drie jaar tijd 500 jaar onrechtvaardigheid op te lossen”.
De politieke en economische veranderingen die in de regio op gang zijn gekomen “zijn niet onomkeerbaar; we moeten het gezag niet onderschatten… Wat bereikt is, kan ongedaan worden gemaakt, we moeten voorzichtig zijn omdat rechts opnieuw kan toeslaan en dan kunnen de gebeurtenissen zoals die in Honduras hebben plaatsgevonden zich herhalen”, waarschuwde de Ecuadoraanse president.
De “links-radicalen” stellen steeds meer eisen en met dit ongeduld “lokken zij rechts uit de tent” en “de overdreven eisen vormen de grootste bedreiging voor een vreedzame revolutie”, zei Correa tijdens een ontmoeting met sociale leiders die deelnamen aan de Sociale Top van de ALBA.
Saturday, October 31, 2009
Friday, October 30, 2009
Decreto supremo 0335: voor Moeder Aarde
Door: Gilberto Pauwels
Er kwamen tranen van vreugde bij te pas, toen de goedkeuring van het decreet werd bekendgemaakt. Enkele honderden mensen hadden zich reeds opgesteld om van El Alto naar het centrum van La Paz af te dalen. Ze dachten dat men hen eens te meer bedrogen had.
Ze waren van Oruro gekomen om hun eis kracht bij te zetten dat het gebied tussen de tinmijn van Huanuni en het Poopó-meer tot milieu-noodgebied zou uitgeroepen worden. Toen ze wilden vertrekken, kwam de minister van milieu, Pablo Ramos, dan toch in een taxi aangereden. Hij kwam vertellen dat, op uitdrukkelijk bevel met president Evo Morales, het voltallige kabinet zopas het decreet ondertekend had.Lees hier de rest van het artikel...
Thursday, October 29, 2009
Tribunaal voor Klimaatverandering: Chiquitano-indianen dienen aanklacht in tegen Boliviaanse snelweg Santa Cruz-Puerto Suárez
AINI, Cochabamba 14 oktober 2009 (vertaling Cindy Begthel)
De Organisatie van Chiquitano-indianen (la Organización Indígenas Chiquitana: OICH) legde deze zaak van de snelweg voor aan het Tribunaal voor Klimaatverandering in de Boliviaanse stad Cochabamba. De leider van de Organisatie van Chiquitano-indianen, Emigio Poiche, is verantwoordelijk voor de aanklacht waarin hij te kennen geeft dat de aanleg van deze snelweg deel uitmaakt van de megaprojecten van het Zuid Amerikaans Integratie Initiatief (la Iniciativa de Integración: IIRSA). De wegen, de waterkeringen en andere projecten lopen niet alleen dwars door het grondgebied van de indianen, maar richten er ook schade aan. Over de effecten en de gevolgen van deze snelweg op het indiaans grondgebied zegt Poiche: “Afgravingen, omleidingen van rivieren en het opdrogen van beekjes tasten onze ecosystemen aan. Omdat de snelweg het gewest doorkruist, zullen gebieden die eerder nooit overstroomden dat nu wel doen”.
Het Chiquitano-volk heeft de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (el Banco Interamericano de Desarrollo: BID) in de beklaagdenbank gezet omdat deze de aanleg van de snelweg financiert en de voltooiing ervan stimuleert zonder rekening te houden met de nationaal en internationaal erkende rechten van de indianen, aldus Poiche.
Het Tribunaal heeft de zaak bekeken en de Organisatie van Chiquito-indianen is in afwachting van het vonnis van de acht juryleden, allen vertegenwoordigers van maatschappelijke, indiaanse en milieu-organisaties: Ricardo Pinelda, een van de oprichters van het Salvadoriaans Centrum voor Gepaste Technologie (el Centro Salvadoreño de Tecnología Apropiada: Cesta); Miguel Palacin, algemeen coördinator van het Overkoepelend orgaan van Indiaanse Organisaties in de Andes (la Coordinadora Andina de Organizaciones Indígenas: CAOI); Alicia Muñoz, voorzitter van de Nationale Associatie van Indiaanse Plattelandsvrouwen in Chili (la Asociación Nacional de Mujeres Rurales e Indígenas de Chile: Anamuri); Beverly Keene, coördinator van Jubileo Sur; Tom Kucharz, vertegenwoordiger van Milieu-activisten in Actie (Ecologistas en Acción); Joseph Vogel, hoogleraar economie aan de Universiteit van Puerto Rico-Río Piedras; Nora Morales, mede-oprichter van de Associatie van Moeders van Plaza de Mayo (la Asociación Madres de Plaza de Mayo); Brid Brennan, mede-oprichter van het Europees Centrum van Solidariteit met de Filippijnen (el Centro Europeo de Solidaridad con las Filipinas).
De Organisatie van Chiquitano-indianen (la Organización Indígenas Chiquitana: OICH) legde deze zaak van de snelweg voor aan het Tribunaal voor Klimaatverandering in de Boliviaanse stad Cochabamba. De leider van de Organisatie van Chiquitano-indianen, Emigio Poiche, is verantwoordelijk voor de aanklacht waarin hij te kennen geeft dat de aanleg van deze snelweg deel uitmaakt van de megaprojecten van het Zuid Amerikaans Integratie Initiatief (la Iniciativa de Integración: IIRSA). De wegen, de waterkeringen en andere projecten lopen niet alleen dwars door het grondgebied van de indianen, maar richten er ook schade aan. Over de effecten en de gevolgen van deze snelweg op het indiaans grondgebied zegt Poiche: “Afgravingen, omleidingen van rivieren en het opdrogen van beekjes tasten onze ecosystemen aan. Omdat de snelweg het gewest doorkruist, zullen gebieden die eerder nooit overstroomden dat nu wel doen”.
Het Chiquitano-volk heeft de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (el Banco Interamericano de Desarrollo: BID) in de beklaagdenbank gezet omdat deze de aanleg van de snelweg financiert en de voltooiing ervan stimuleert zonder rekening te houden met de nationaal en internationaal erkende rechten van de indianen, aldus Poiche.
Het Tribunaal heeft de zaak bekeken en de Organisatie van Chiquito-indianen is in afwachting van het vonnis van de acht juryleden, allen vertegenwoordigers van maatschappelijke, indiaanse en milieu-organisaties: Ricardo Pinelda, een van de oprichters van het Salvadoriaans Centrum voor Gepaste Technologie (el Centro Salvadoreño de Tecnología Apropiada: Cesta); Miguel Palacin, algemeen coördinator van het Overkoepelend orgaan van Indiaanse Organisaties in de Andes (la Coordinadora Andina de Organizaciones Indígenas: CAOI); Alicia Muñoz, voorzitter van de Nationale Associatie van Indiaanse Plattelandsvrouwen in Chili (la Asociación Nacional de Mujeres Rurales e Indígenas de Chile: Anamuri); Beverly Keene, coördinator van Jubileo Sur; Tom Kucharz, vertegenwoordiger van Milieu-activisten in Actie (Ecologistas en Acción); Joseph Vogel, hoogleraar economie aan de Universiteit van Puerto Rico-Río Piedras; Nora Morales, mede-oprichter van de Associatie van Moeders van Plaza de Mayo (la Asociación Madres de Plaza de Mayo); Brid Brennan, mede-oprichter van het Europees Centrum van Solidariteit met de Filippijnen (el Centro Europeo de Solidaridad con las Filipinas).
Monday, October 26, 2009
Verkiezingscampagne Leopoldo Fernandez leidt tot conflicten
De ex prefect van Pando, Leopoldo Fernandez, die zich momenteel in de gevangenis van San Pedro bevindt wegens zijn betrokkenheid bij het bloedbad in Pando in september 2008, wil campagne voeren vanuit zijn cel. Fernandez heeft zich kandidaat gesteld voor vice-president op de lijst “Plan Progeso para Bolivia-Convergencía Nacional” (PPB-CN) achter de tevens ex-prefect Manfred Reyes Villa. Deze laatste heeft officieel toestemming gevraagd aan het verkiezingsorgaan (Organo Electoral Plurinacional) om Leopoldo Fernandez gebruik te laten maken van communicatie middelen in het kader van de campagne.
Hierover is er een openlijk conflict onstaan tussen de voorzitter van het verkiezingsorgaan, Antonio Costa, en de regering. Antonio Costa gaf in een resolutie aan voorstander te zijn van het toekennen van de mogelijkheden om campagne te voeren aan Fernandez. Vervolgens stuurde hij een brief aan president Evo Morales waarin hij deze beslissing legitimeert en aandringt op het respecteren van de rechten van Fernandez.
De regering is uitgesproken tegenstander van het toekennen van deze voorrechten. Eerder al gaf huidige vice president Alvaro García Linera aan dat het verkiezingsorgaan niet de macht heeft om deze beslissing te nemen. Volgens García Linera dient de rechter hierover te oordelen en zo lang dat niet gebeurt, zal Leopoldo Fernandez geen toegang hebben tot communicatie middelen. “Meneer Fernandez is een gevangene zoals anderen en punt uit, er is geen reden om hem privileges toe te kennen, noch hem te benadelen, ten opzichte van de rest, hij heeft dezelfde rechten als de andere gevangenen” verklaarde hij.
Evo Morales sprak zich uit in hardere taal, en kondigde aan dat hij Costa zal aanklagen wegens zijn partijdige houding. “We zullen dit op juridische en gedocumenteerde wijze aanklagen bij de internationale waarnemers. Ik heb de aanwezigheid gevraagd van (de landen van) Europa, de VN, de OEA, de Carter Foundation en we zullen aantonen hoe Antonio Costa een openlijke campagne in het voordeel van Leopoldo Fernández voert” verzekerde de president.
Bovendien benadrukte hij dat Fernandez gevangen zit omdat hij aangeklaagd is wegens schendingen van mensenrechten, en die aanklacht geratificeerd is door onder andere de UNASUR en dus geen privileges verdient.
Ondanks de opgelegde beperkingen, is het Fernandez toch gelukt om een telefonisch interview te geven aan de Chileense krant La Tercera. In dit interview benadrukte hij zijn onschuld, en zijn vastbeslotenheid om campagne te blijven voeren.
(Bron: Erbol)
Hierover is er een openlijk conflict onstaan tussen de voorzitter van het verkiezingsorgaan, Antonio Costa, en de regering. Antonio Costa gaf in een resolutie aan voorstander te zijn van het toekennen van de mogelijkheden om campagne te voeren aan Fernandez. Vervolgens stuurde hij een brief aan president Evo Morales waarin hij deze beslissing legitimeert en aandringt op het respecteren van de rechten van Fernandez.
De regering is uitgesproken tegenstander van het toekennen van deze voorrechten. Eerder al gaf huidige vice president Alvaro García Linera aan dat het verkiezingsorgaan niet de macht heeft om deze beslissing te nemen. Volgens García Linera dient de rechter hierover te oordelen en zo lang dat niet gebeurt, zal Leopoldo Fernandez geen toegang hebben tot communicatie middelen. “Meneer Fernandez is een gevangene zoals anderen en punt uit, er is geen reden om hem privileges toe te kennen, noch hem te benadelen, ten opzichte van de rest, hij heeft dezelfde rechten als de andere gevangenen” verklaarde hij.
Evo Morales sprak zich uit in hardere taal, en kondigde aan dat hij Costa zal aanklagen wegens zijn partijdige houding. “We zullen dit op juridische en gedocumenteerde wijze aanklagen bij de internationale waarnemers. Ik heb de aanwezigheid gevraagd van (de landen van) Europa, de VN, de OEA, de Carter Foundation en we zullen aantonen hoe Antonio Costa een openlijke campagne in het voordeel van Leopoldo Fernández voert” verzekerde de president.
Bovendien benadrukte hij dat Fernandez gevangen zit omdat hij aangeklaagd is wegens schendingen van mensenrechten, en die aanklacht geratificeerd is door onder andere de UNASUR en dus geen privileges verdient.
Ondanks de opgelegde beperkingen, is het Fernandez toch gelukt om een telefonisch interview te geven aan de Chileense krant La Tercera. In dit interview benadrukte hij zijn onschuld, en zijn vastbeslotenheid om campagne te blijven voeren.
(Bron: Erbol)
Sunday, October 25, 2009
Evo Morales streeft naar meer dan 70% van de stemmen om het veranderingsproces te consolideren
Evo Morales won de verkiezingen in 2005 met een historisch hoge uitslag van 53% van de stemmen. Nu streeft hij ernaar om in december 2009 herkozen te worden met meer dan 70% van de stemmen. Dit is volgens hem nodig om de controle te krijgen over de wetgevende en uitvoerende organen en het veranderingsproces te kunnen consolideren.
Volgens Morales heeft de oppositie, die de meerderheid bezit in de ‘Camara de Senadores’ nooit het proces ondersteunt en fundamentele wetten voor het volk geblokkeerd. Hij wil meer dan 70 percent van de stemmen vergaren zodat de sociale bewegingen en het Boliviaanse volk “de macht hebben over de uitvoerende en wetgevende organen en het proces van verandering duurzaam kan worden”.
Morales benadrukt dat het niet de bedoeling is het congres te controleren om de minderheden te onderwerpen: “Ook al zouden we een meerderheid hebben van twee derde dan nog zou er altijd dialoog zijn. We hebben er altijd belang bij akkoorden te sluiten met verschillende sectoren”.
De president erkent dat de middenklasse nog steeds niet genoeg vertrouwen in hem heeft. Toch wordt er in sommige sectoren gezegd dat “El Indio zorgt dat we leren respecteren en hij geeft ons waardigheid.” Ook is er de laatste tijd een verandering waarneembaar binnen groepen die eerst duidelijk als oppositie werden gezien en die zich nu beginnen aan te sluiten bij de MAS (Movimiento al Socialismo, de partij die Morales vertegenwoordigd). Een voorbeeld is de ultrarechtse Jongeren Unie van Santa Cruz (UJC).
Volgens Morales begrijp de bevolking dat er maar twee wegen mogelijk zijn: het veranderingsproces en de democratie versnellen door een stem uit te brengen of terugkeren naar het neoliberale verleden.
Bron: bolpress
Volgens Morales heeft de oppositie, die de meerderheid bezit in de ‘Camara de Senadores’ nooit het proces ondersteunt en fundamentele wetten voor het volk geblokkeerd. Hij wil meer dan 70 percent van de stemmen vergaren zodat de sociale bewegingen en het Boliviaanse volk “de macht hebben over de uitvoerende en wetgevende organen en het proces van verandering duurzaam kan worden”.
Morales benadrukt dat het niet de bedoeling is het congres te controleren om de minderheden te onderwerpen: “Ook al zouden we een meerderheid hebben van twee derde dan nog zou er altijd dialoog zijn. We hebben er altijd belang bij akkoorden te sluiten met verschillende sectoren”.
De president erkent dat de middenklasse nog steeds niet genoeg vertrouwen in hem heeft. Toch wordt er in sommige sectoren gezegd dat “El Indio zorgt dat we leren respecteren en hij geeft ons waardigheid.” Ook is er de laatste tijd een verandering waarneembaar binnen groepen die eerst duidelijk als oppositie werden gezien en die zich nu beginnen aan te sluiten bij de MAS (Movimiento al Socialismo, de partij die Morales vertegenwoordigd). Een voorbeeld is de ultrarechtse Jongeren Unie van Santa Cruz (UJC).
Volgens Morales begrijp de bevolking dat er maar twee wegen mogelijk zijn: het veranderingsproces en de democratie versnellen door een stem uit te brengen of terugkeren naar het neoliberale verleden.
Bron: bolpress
Subscribe to:
Posts (Atom)